Wie ERE’s verzamelt, moet één keer per jaar door een verplichte poort: de jaarafsluiting. Dat is het geheel van handelingen dat inboekers, verificateurs en de NEa in het begin van het kalenderjaar uitvoeren om te voldoen aan de wettelijke eisen. Wie de jaarafsluiting als administratief detail beschouwt, riskeert het onbedoeld verlies van verhandelbare ERE’s.

De drie data die uw ERE-jaar bepalen

Laatste werkdag vóór 1 maart — uiterste inboekdatum. Alle leveringen van het voorgaande kalenderjaar moeten dan in het REV zijn ingeboekt. Voor leveringen uit 2026 is dat 26 februari 2027. Daarna is inboeken definitief onmogelijk: niet-ingeboekte leveringen leveren nooit meer ERE’s op.

1 april — de spaarlimiet. Heeft u na het afschrijven voor uw verplichtingen nog ERE’s over, dan mag slechts een gelimiteerde hoeveelheid mee naar het volgende nalevingsjaar. Dat zijn de gespaarde ERE’s. Alles boven de spaarlimiet vervalt bij de jaarafsluiting. De NEa publiceert de geldende limiet; hij is per definitie niet onbeperkt.

1 mei — de verificatiedeadline. De uitkomsten van de inboekverificatie over het voorgaande jaar moeten door de verificateur in het REV zijn verwerkt. Zonder tijdige verificatieverklaring voldoet u niet aan de voorwaarden.

Het bijschrijvingsmechanisme in het eerste kwartaal

Een veelvoorkomende verrassing: inboekingen in de periode 1 januari tot 1 mei worden niet direct bijgeschreven. Het REV schrijft die ERE’s pas bij na 1 mei, nadat de jaarafsluiting van het voorgaande jaar is afgerond.

Praktisch gevolg: wie in het eerste kwartaal inboekt en die ERE’s direct wil verhandelen, moet wachten. En wie rekent op vroege bijschrijving om aan een eigen afschrijfverplichting te voldoen, komt bedrogen uit. Plan verkoop- en dekkingsbeslissingen om dit mechanisme heen.

De NEa kan de bijschrijving overigens ook opschorten bij afwijkingen van het inboekprofiel of andere onregelmatigheden — een extra reden om het dossier consistent te houden.

Zo voorkomt u verlies: vier gewoontes

  1. Boek doorlopend in, niet in één eindsprint. Wie alles op de 1-maart-deadline parkeert, heeft geen ruimte meer om afwijkingen te herstellen. Maandelijkse of kwartaal-inboeking maakt de jaarafsluiting tot een formaliteit.
  2. Maak in oktober een voorcalculatie. Hoeveel ERE’s staan er, hoeveel komen er nog, hoeveel zijn nodig voor verplichtingen, en hoeveel overschot dreigt boven de spaarlimiet uit te komen? Dan is er nog tijd om te verkopen.
  3. Verkoop vóór de jaarafsluiting wat u niet kunt sparen. ERE’s boven de spaarlimiet zijn na de jaarafsluiting niets meer waard; daarvóór zijn ze verhandelbaar. De markt weet dit ook — wachten tot maart drukt de prijs.
  4. Behandel verificatie als doorlopend proces. Een verificateur die in april nog dossiervragen heeft, haalt 1 mei niet. Bouw het bewijsdossier zo op dat de verificatie een bevestiging is, geen speurtocht.

De rol van de dienstverlener

Bij uitbestede inboeking is de jaarkalender een gedeelde verantwoordelijkheid: de dienstverlener bewaakt inboekritme en deadlines, calculeert het jaarlijkse overschot vooraf en timet de verkoop in overleg. De spaarlimiet wordt dan een planningsparameter in plaats van een jaarlijkse verrassing.

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op de toelichting van de NEa bij Inboeken hernieuwbare energie vervoer (raadpleegdatum augustus 2026). De exacte spaarlimiet en jaarafsluiting-instructies per nalevingsjaar vindt u bij de NEa; bedrijven in de systematiek ontvangen hierover ook direct voorbereidende informatie.